Programma van de reis:

Dag 1    Vliegreis Amsterdam naar Kathmandu
Dag 2   Aankomst Kathmandu
Dag 3   Kathmandu
Dag 4   Kathmandu
Dag 5   Kathmandu naar Nagarkot
Dag 6   Nagarkot naar Zhangmu
Dag 7   Zhangmu naar Nyalam
Dag 8   Nyalam naar Tingri
Dag 9   Tingri naar Shigatse
Dag 10  Shigatse
Dag 11  Shigatse naar Gyantse
Dag 12  Gyantse naar Tsetang
Dag 13  Tsetang
Dag 14  Tsetang naar Lhasa
Dag 15  Lhasa
Dag 16  Lhasa
Dag 17  Lhasa
Dag 18  Lhasa
Dag 19  Vliegreis Lhasa naar Kathmandu
Dag 20 Kathmandu (Patan & Bhaktapur)
Dag 21  Kathmandu
Dag 22 Vliegreis Kathmandu naar Amsterdam



Zondag 3 juni 2001

Op een paar kanjers van muggenbulten na, heerlijk geslapen. Gauw weer op pad, Kathmandu verkennen. Er hangt nog steeds een terneer geslagen sfeer vanwege het koninklijke drama van gisteren. Vele restaurantjes en winkeltjes zijn hierom dicht. Anna en ik lopen door de vele winkelstraatjes, de bedelaars en verkopers vermijdend, naar een hotel. Een verfrissing yeah!! Toen ik mijn koffie leeggeslurpt had, lag er een made onderin …. ach alles went!! Ondanks de duidelijke instructies van mij om bij de apentempel te komen, aan een taxichauffeur, belandden we even later in Pashupatinath, de begraaf- crematieplaats, waar ook gisteren de koning gecremeerd is. Het was een indrukwekkende ervaring om de verbrandingen te zien en te ruiken. De energie van dood en leven is duidelijk voelbaar. De resten van lijken worden meegevoerd naar de Ganges. We hebben een gids genomen (eigenlijk hij ons…) en zijn heel veel te weten gekomen over het Hindoeïsme en haar symbolen/riten. Ook zijn we naar een tehuis geweest wat Moeder Theresa opgericht heeft. Het was net etenstijd op de binnenplaats…. Wat een indrukken allemaal… het is net alsof ik in een andere werkelijkheid beland ben, wat is “werkelijkheid” zouden ze hier vragen… Zo dadelijk eten met de groep.

Bep

Maandag 4 juni 2001

 

Na Pashupatinath gister en de diepe indrukken die we daar opgedaan hadden, besloten Bep en ik om vandaag ons gemak te nemen. Toen wij dan ook aan het ontbijt kwamen was iedereen al weg. Het plan was elkaar in de middag te ontmoeten bij de Bodnath tempel. Maar alles liep anders… In verkorte versie, omdat anders het halve boek vol is met onze belevenissen. Er reed rond half 11 slechts één taxi in de straat, maar de chauffeur zei “not today” en reed meteen weer door. Alle winkeltjes waren dicht. Groepjes merendeels jonge mannen renden ons beurtelings tegemoet dan wel voorbij. Later droegen velen doeken voor hun neus en mond wat er niet echt leuk uitzag. Op een gegeven moment was de groep zo groot dat mensen naar binnen vluchtten. Wij waren net bij een hotel dat voor iemand een kleine opening in het hek maakte en wij vluchtten toen ook maar. In de tweestrijd van nieuwsgierigheid en voorzichtig zijn, won bij mij het eerste en Bep en ik gingen verder. Tot het moment dat we zelf in een wolk traangas zaten en alleen mee konden hollen naar een helderder plek. Tranen liepen over onze wangen. De keel prikkelde vreselijk en ademhalen was ronduit onplezierig. Maar het ergste vond ik de sfeer; zwaarbeladen met een voor mij vreemde soort agressie en ook diep verdriet. Bep en ik waren behoorlijk aangeslagen. Ook het weer weerspiegelde een beetje die sfeer: regen, dan weer zon, weer regen…



“ Nepal huilt”

 

kwam bij me boven. Terug in de veilige tuin van het hotel hoorden we afwisselend treurmuziek en vrolijker tonen. Alles was zo onwezenlijk. Vredig Nepal wordt wreed door elkaar geschud.

Anna

 

Maandag 4 juni 2001

 

Op zich vreemd dat ik ook een stukje schrijf op deze dag. Maar door de onrusten van deze dag heeft iedere groep een eigen verhaal. Na de douche en het ontbijt verzamelde de groep (die meegingen) zich om te vertrekken naar Pashupatinath. Met drie taxi’s werden we vlakbij Pashupatinath afgezet. In het tempelcomplex aangekomen, gingen we naar de rechter verbrandingsplaatsen. De linker verbrandingsplaats is alleen voor Hindoes toegankelijk, maar zelfs deze hindoetempel was nu gesloten vanwege de verbranding van de koninklijke familie. Aan de rechterkant (normaal voor de arme mensen) vielen we met onze neus in de boter (of beter gezegd in de as). Een lijk stond op het punt van gecremeerd te worden. De (waarschijnlijk) familieleden van de vrouw voltrokken de crematieceremonie en staken het lichaam in de mond aan. Het aangezicht was erg indrukwekkend. Vervolgens zijn we naar de andere kant van de tempel gegaan. Hier staan diverse tempeltjes met Linga en Nandi ervoor. Daarnaast waren er diverse Sadhu’s te zien. De tocht werd te voet voortgezet naar Bodnath. Dit is een buitenwijk/dorp van Kathmandu waar de grootste boeddhistische tempel staat. Hier was het erg rustig en alle winkeltjes waren dicht, zelfs lunchen was niet mogelijk. Na rustig op de tempel te hebben gezeten, zijn we naar een tempeltje gegaan waar de monniken hun middaggebed begonnen. We hebben dit voor een gedeelte bijgewoond. Bij buitenkomst uit de tempel waren er geen taxi’s beschikbaar (in tegenstelling tot wat Lucie had gezegd). Na diverse malen de weg te hebben gevraagd, zijn we gaan lopen met demonstraties in onze rug. Twee Engelsen adviseerden bij de eerste rotonde rechts te gaan en bij de volgende rotonde links. Dit was een hele omweg om terug bij het hotel te komen. De straten werden steeds rustiger terwijl er steeds meer politie en militaire mensen op straat kwamen. Zij maanden ons haast te maken. Achteraf bleek dat er een avondklok van 16.00 uur tot 05.00 uur was ingesteld. Na verloop van tijd liepen we tegen een militaire blokkade op waardoor we van onze route afmoesten (langs het paleis). Een Nepalees wilde ons wel verder brengen, maar we kwamen niet meer verder volgens hem. Bij een guest house hoorden we van de avondklok en zij zeiden dat toeristen geen last hiervan hadden. Wij vervolgden onze weg, door een militaire eenheid en kwamen bij ons hotel uit. Er was veel opluchting bij iedereen. Pauline, Sandra en Marieke blijven in een ander hotel. Na veel uitwisselingen, bier en eten, zit er een roerige dag op.

Bram

                                                                           Sadhu

Maandag 4 juni 2001 Het Taxi verhaal

Mijn verhaal is aanvankelijk gelijk aan dat van Bram. Echter, toen de rest van de groep naar het middaggebed van de monniken in het schooltje ging, bleef ik nog wat langer op de stoepa zitten. Zo’n witte vent met donkerblond haar, dat leverde ook veel belangstelling van de Nepalese kinderen op. Na deze van me afgeschud te hebben, besloot ik de omgeving van de stoepa te verkennen. Zo stuitte ik op een klooster (de naam was iets van Senchen of zo) met een prachtige tempel in een rustige omgeving. Teruggekeerd op de hoofdweg in Bodnath viel me op dat de sfeer bijzonder was: nauwelijks auto’s, veel mensen in groepjes op straat, af en toe een demonstratie. Ik wilde een taxi vinden en terug naar het hotel. Maar zoals gezegd, er reden geen auto’s. Bovendien was alles gesloten. Dus het leek me erg moeilijk te worden om een taxi te vinden. Terwijl ik voor de gesloten taxi office stond, en waarschijnlijk wat radeloos om me heen keek, stopte er een taxi voor me. “ Of ik een taxi wilde”, vroeg men. Ja dus, en zo begonnen de onderhandelingen. Na veel vijven en zessen waren we het eens geworden over 200 rupees. Net toen ik ingestapt was, kwamen Ineke, Jan en Ria bij de taxi met de vraag of ze mee konden. Voor 500 rupees in totaal was dat geen probleem. Toen kregen we een taxirit waarvan ik gemakkelijk kan zeggen dat het de meest enerverende rit uit mijn leven was. Er waren overal erg veel mensen op straat, die niet echt aan de kant wilden gaan. Het leek alsof ze het ongepast vonden dat er taxi’s reden. Na een aantal kleinere oplopen van mensen te hebben gepasseerd, kwamen we helemaal vast te zitten in een demonstratie. Van alle kanten stortten de mensen zich op de taxi en het kwam erop neer dat we niet verder konden en uit moesten stappen. Maar onze koelbloedige taxichauffeur zette door, wurmde zich door de menigte en we reden weer! Via veel omwegen, o.a. over Durbar Square, bereikten we veilig en wel Thamel. De chauffeur was onze held en die hebben we dus extra beloond. De minuten waarbij we volkomen vastzaten in de menigte deden bij ons allen het klamme zweet in de handen staan, maar ook ons groepje kwam veilig in Hotel Buddha op deze gedenkwaardige 4 juni!

Gert

Maandag 4 juni 2001 De overnachting Deel I

 

Ons verhaal begint eigenlijk op het moment dat de rest van de groep het schooltje, waar de Tibetaanse monniken hun gebeden en muziek leren, verlieten. We kregen voor de tweede keer yakboterthee, en hoewel de eerste kop best lekker was, kon de tweede er echt niet meer bij! Wij vonden het schouwspel van knikkebollende, slapende en gein makende jonge monniken zo leuk, dat we besloten om tot het eind te blijven. We begonnen zelfs het “refrein” al te herkennen! Als zij anderhalf uur achter elkaar gebeden konden opzeggen en muziek maken, dan moesten wij dat toch helemaal vol kunnen houden?! Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen, dat het op een gegeven moment meer leek op een losgeslagen brugklas! De korrels rijst vlogen over en weer (riep herinneringen op aan papierpropjes). Om drie uur ging de school uit en wij verlieten dus de monniken. Er vast van overtuigd dat we bij de stoepa een taxi konden vinden, gingen we op weg. Inmiddels rammelden onze magen en klapten onze blazen, dus we waren er wel aan toe! Maar tot onze verbazing was er op de weg geen auto te bekennen! Wel waren er ontzettend veel mensen op straat, die heel schichtig overkwamen en de sfeer was heel beklemmend. Aangezien we geen idee hadden wat er aan de hand was, gingen we op zoek naar een taxi. Op goed geluk gingen we linksaf en bij navraag bleek dat daar inderdaad taxi’s waren. Inmiddels waren we wel al een aardig eind afgedwaald. Gelukkig zagen we ineens een groepje taxi’s staan, maar helaas… ze wilden ons niet meenemen. Het was niet helemaal duidelijk wat ze ons probeerden te vertellen, maar één ding was zeker, we moesten zo snel mogelijk terug naar de stoepa! De sfeer was inmiddels bijna vijandig en iedereen liep tegen iedereen op waardoor er zelfs relletjes uitbraken. De mensen keken ons allemaal vreemd aan en sommigen vroegen ons wat we daar deden en maanden ons om snel onderkomen te zoeken, maar het waarom wisten we nog steeds niet. Na enkele lange minuten bereikten we dan toch ongedeerd de poort van de stoepa.

Sandra

Maandag 4 juni 2001 De overnachting Deel II

 

Eenmaal aangekomen bij de stoepa, zagen we al dat daar bijna niemand meer was, en was er wel iemand dan vluchtte hij of zij snel naar binnen. Vanuit een raam werden wij geroepen door een Engelsman, die ons vertelde dat we echt heel snel een onderkomen moesten zoeken omdat er vanaf 16.00 uur een avondklok zou gaan gelden. Hij raadde ons aan naar het Lotus Guest House te gaan en hij legde ons uit waar dit was. Al zigzaggend door de straatjes achter de stoepa en de bordjes volgend, kwamen we aan bij het rustig gelegen Lotus Guest House. Hier mochten we gratis (het bleek een Tibetaans onderkomen te zijn) gebruik maken van de telefoon en hebben Lucie gebeld. Helaas was ze er niet, maar een half uur later belde ze ons terug. Zij adviseerde ons om ongeveer twee uur te wachten (het was toen ongeveer 16.00 uur) en dan te kijken hoe de situatie zou zijn. In die twee uur vermaakten we ons in de tuin van het Lotus Guest House met het vastleggen op papier van het “avontuur” tot nu toe. We waren er toen nog wel enigszins van overtuigd dat we ‘s avonds weer met de groep herenigd zouden worden (we waren heel optimistisch!). Na ongeveer twee uur kwam er een Engelse vrouw met twee monniken langs ons gelopen en die vrouw vertelde ons dat we weer veilig de straat op konden! Wij dus helemaal blij en vol goede moed gingen we weer richting de poort van de stoepa. Bij de stoepa liepen intussen al weer heel veel mensen al biddend en prevelend rondjes om de stoepa. Bij een klein winkeltje waar nog mensen voor zaten, vroegen we of het inderdaad al weer veilig was en of er al weer taxi’s reden. Dit was dus jammer genoeg niet zo. Ook hier konden we bellen en probeerden weer in contact te komen met Lucie; op dat moment was ze er niet en konden we alleen maar teruggaan naar het Lotus Guest House. Intussen had hier een wisseling van de wacht plaatsgevonden en vonden ze ons, geloof ik, niet meer zo aardig. Toch hebben we nog één keer gebruik gemaakt van de telefoon om Lucie te vertellen dat we nog steeds niet met een taxi terug konden komen. Zij zei ons dat we maar moesten gaan lopen, omdat de rest intussen ook lopend gearriveerd was. Intussen was het 18.30 uur geworden en zou het snel donker worden. Met flinke pas gingen we dus voor de zoveelste keer naar de poort van de stoepa om daar op weg te gaan naar Thamel. Na een aantal meters gelopen te hebben (we zagen dat er nog steeds geen taxi’s reden en wisten nou eigenlijk nog steeds niet wat er aan de hand was), zagen we een aantal politie agenten en een militair staan en zij zeiden ons dat we echt niet verder mochten omdat het te gevaarlijk was. Maar toen ineens was daar reddende engel Marcel, uit Nederland, die wel een hotel voor ons wist. Toen hoorden we pas wat er nu echt aan de hand was en wat er allemaal al gebeurd was…

Marieke

Maandag 4 juni 2001 De overnachting Deel III

 

We liepen met Marcel terug naar de stoepa en hij heeft ons daarna naar het Pema Guest House gebracht. Daar was nog een kamer vrij dus die hebben we maar genomen. Vanuit het Guest House ook weer even Lucie gebeld om te laten weten waar we uithingen en dat we niet meer naar hotel Buddha zouden komen. Gelukkig hadden ze daar ook nog wat te eten voor ons en konden we even TV kijken. Veel hebben we niet meer gezien want de Tibetaanse familie ging film kijken. Vervolgens gingen we slapen, of in ieder geval een poging doen want de honden in de omgeving waren net zo onrustig als de mensen. En ‘s ochtends werden we rond 5 uur al gewekt door het klooster ernaast. Dus vannacht gaan we hopelijk goed snurken! Vervolgens was er om kwart voor 7 het “verlossende” telefoontje van Lucie. Er was iemand van het hotel onderweg om ons met de taxi op te halen. Wij wisten niet hoe snel we ons moesten aankleden, afrekenen en naar de hoofdingang bij de stoepa lopen! De taxi chauffeur had namelijk naar het Guest House gebeld om te zeggen dat ie ‘t niet kon vinden, dus wij hoopten dat hij bij de ingang zou wachten. En ja hoor, hij stond er gelukkig nog en herkende ons direct. Wat niet zo gek is natuurlijk; welke toerist rent er om 7 uur ‘s ochtends een rondje om de stoepa? Daarna waren we snel in het hotel waar Lucie ons al stond op te wachten. Gauw eten en douchen, tas pakken en op naar het volgende avontuur!

Pauline



Maandag 4 juni 2001

Nog bevangen door emoties liep ik het Buddha-hotel weer binnen. Ook Lucie en ik hadden geconcludeerd dat er maar 1 manier was om vanuit Bodnath in Thamel te komen: lopen. We waren een eindje op weg toen ik het bordje “Hyatt” zag. Grote, luxe hotels; daar hebben ze taxi’s en eten. Maar de situatie in Kathmandu bleek voor rijk en arm te gelden, helaas… Voor we onze weg vervolgden, hebben we ons tegoed gedaan aan een heerlijke lunch! We begonnen te lopen, ontmoetten twee Amerikanen die ons waarschuwden voor de gevaarlijke situatie op straat; we bedankten hen en liepen verder. We ontmoetten een Duitser op een fiets die ons waarschuwde dat we nog een half uur hadden voordat de avondklok inging. We bedankten hem, constateerden dat we nog anderhalf uur van Kathmandu verwijderd waren en liepen verder. Lucie reageerde het eerst op het motorgeronk achter ons; ze vroeg de motorrijders meteen of ze naar Kathmandu gingen en of we mee mochten. Het bleken onze guardian angels; onverschrokken sherpa’s die ons doelgericht door Kathmandu hebben gemanoeuvreerd; wegblokkades, politie, militairen, boze menigtes handig ontwijkend, met Lucie en mij tussen hoop en vrees achterop.

Brigitte

Dinsdag 5 juni 2001

 

Ondanks alle consternatie van gisteren, heb ik een uitstekende nachtrust gehad. Om 06.00 uur ben ik wakker geworden. Het heeft vannacht weer geregend. De lucht is behoorlijk bewolkt. Om 06.30 uur ben ik naar beneden gegaan om bij Lucie te informeren naar de stand van zaken. Tot mijn opluchting hoorde ik dat de reis naar Nagarkot zoals gepland om 09.00 uur zou beginnen. Het uitstapje naar Bhaktapur hebben we vanwege de onrustige situatie overgeslagen. Stipt 09.00 uur vertrekken we met de bus. De sfeer in de stad is onwerkelijk. Mensen lopen doelloos rond. Het lijkt of iedereen op een signaal zit te wachten om in actie te komen. Na enige omzwervingen bereiken we om 10.30 uur het Hotel View Point te Nagarkot. Dit is een prima hotel met prima faciliteiten en het voor Nepal gebruikelijke vriendelijke personeel. Nadat we de bagage in de kamer hebben achtergelaten, hebben we gezamenlijk gebruik gemaakt van het dakterras. Helaas hebben we van het uitzicht nauwelijks kunnen genieten omdat de bewolking dit verhinderde. Om 13.00 uur heeft Lucie een gids geregeld om een wandeltocht te begeleiden. Deze tocht zou maximaal anderhalf uur mogen duren. Met enig leedvermaak constateerde ik dat de wandeltocht uitliep tot 16.00 uur. Achteraf gezien is het misschien wel jammer geweest dat ik niet meegelopen heb, want dit uitstapje heeft later veel gespreksstof en heel veel lachbuien opgeleverd. Nu maar hopen dat de rustdag niet voor niets is geweest en ik morgen de gehele dag fit blijf.

Jan

Woensdag 6 juni 2001

 

Na de gezellig happy-hour bij Bep en Anna op de kamer besluiten Bram, Gert en ik om 22.30 uur van de korte nachtrust te gaan genieten, want om 4.30 uur gaat de wekker af. Het is de bedoeling om 5.00 uur de zonsopgang te bewonderen, maar dat gaat de mist in door het bewolkte weer en om 5.15 zitten we allemaal met kleine oogjes in het restaurant voor het ontbijt. Nadat de bagage en de lunchpakketten zijn ingeladen in de bus, vertrekken we om 6.00 uur naar Zhangmu. De ober/gids van de wandeling reist ook met ons mee. Zoals afgesproken ontmoeten wij langs de kant van de weg in Nagarkot de twee personen, die het visum van Tibet verzorgd hebben, tot ieders opluchting. Onderweg naar Tibet stoppen we drie keer voor de bekende fotostops, plaspauzes, het wandelen over een wankele hangbrug en de picknick bij de bungy-jump plaats. Na 5½ uur rijden, komen we bij de grens in Tibet en krijgen we drie controles voor het paspoort en visum in de stromende regen. Lucie leidt de douanes af en slijmt wat met ze tijdens de controles, want de geboortedatum van Gert blijkt niet op het visum te kloppen. En het lukt. Om 16.15 uur komen we aan bij het hotel in Zhangmu. De horloges zijn inmiddels twee uur en een kwartier vooruit gezet, gelijk aan de Tibetaanse tijd. Nadat we een douche hebben genomen van het weinige water dat in het hotel aanwezig is, gaan we om 18.00 uur geld wisselen bij een zwarthandelaarster. Meteen daarna gaan we lekker eten in het restaurantje tegenover. Tijdens het eten zien enkelen pardoes een rat lopen door het restaurant. Gelukkig heb ik een pizza besteld. Na het eten maken we een wandeling door het dorp. We worden door alle kinderen enthousiast begroet met hallo, hallo, en zijn verbaasd wat we allemaal zien, het is net of dat we in een film lopen van tweehonderd jaar terug in de tijd. In het hotel kletsen we nog even na met een gezellig drankje over de avonturen van de dag.

José

Donderdag 7 juni 2001

 

Na een goede nachtrust in Hotel Zhangmu en de dollars ingewisseld voor Yuan, gaan we op weg over de Friendship Highway door de wasstraat, langs vele bochten en over het hobbelige wegdek. Prachtig is de omgeving. Na een paar plas- en rookstops komen we aan in Nyalam. In het hotel krijgen we als welkomstdrankje allemaal thee. Na de lunch in het Tibetaans restaurantje (bijna iedereen bestelde apple pancake) hebben we het dorp bekeken. De mensen waren heel erg vriendelijk en er werd menig kiekje genomen. Vooral de kleine kinderen trokken de aandacht, zeker na het geven van een snoepje. Tijdens onze wandeling maakten we een fotosessie van Lucie met Tibetaanse mannen waarbij een mannelijke schoonheid er duidelijk uitsprong en Lucie kreeg een ring van deze Adonis waarbij de verloving een feit was. Deze man wilde nog verder gaan, maar dat zag Lucie niet zitten. Een foto was het enige wat ze kwijt wilde. Na het goede avondeten met veel thee was het tijd om te gaan slapen.

Miep

Vrijdag 8 juni 2001

 

De nachtrust was miserabel. Met watjes in mijn oren heb ik toch ieder liedje gehoord van de dancing. Bijna iedereen had slecht geslapen. Na het ontbijt, waarbij wij de ober van het eethuisje weer een paar Nederlandse woorden hadden geleerd, gingen we richting Tingri. Het landschap was dor en droog, maar de verschillende kleuren van de bergen gaf het toch een mooi aanblik. Met de besneeuwde toppen daarachter was het een fraai schouwspel. Het bezoek aan het klooster was de moeite waard. Langzaam naderden we de La Lung-pas en het werd steeds moeilijker om te ademen, dus veel drinken en erg rustig houden. Na vele busstops volgde een heerlijke lunch, nl. goed gevulde noedelsoep en geurige jasmijnthee. De reis was vermoeiend en dit was goed te merken aan de groep.

Harrie

Zaterdag 9 juni 2001

 

De Mount Everest die mooi prijkend in de ochtendzon een nieuwe dag aankondigt. Even vastgelegd op de gevoelige plaat, evenals natuurlijk de waterput midden op de binnenplaats van het hotel. Tot mijn grote spijt ontdek ik bij het verwisselen van mijn fotorolletje dat dit niet goed op het fototoestel gezeten heeft. Dus weg mijn stille getuige dat ik de Mount Everest gezien heb. Zoals het reisprogramma beschrijft, belooft dit een vermoeiende dag te worden, maar tevens zou het vele mooie dingen laten zien. De reis gaat vandaag van Tingri naar Shigatse. De weg is hobbelig, soms rijden we hoog tegen de bergen aan langs een ravijn. Met nog een flinke regenbui lijkt het of er zo stukken weg af kunnen brokkelen, wat ook wel gebeurt in het regenseizoen. Gelukkig hebben wij hier geen last van; we kunnen flink door hobbelen. De rijkunst van de chauffeur is dan ook plankgas en een flinke massage voor de passagiers. Lucie heeft al enkele keren gevraagd het wat rustiger aan te doen, maar dat valt voor de chauffeur niet mee. Ook rijden we lange stukken door brede, droge dalen met gescheurde aarde en ook komen we hier en daar paarse bloemen tegen. De bergen om ons heen hebben in de zon prachtige kleuren: geel, groen, paars enz. Het is er verder erg kaal. We rijden steeds boven de 4000 meter; het hoogste punt is 5200 meter. Bijna iedereen is ziek, zwak en misselijk onderweg. Tijdens de plaspauzes voel ik wel dat we zo hoog zitten; alles moet rustig aan gebeuren. Denk ik een hele Jan te zijn, met enige inspanning ben ik meteen weer terug bij af. De dorpen tijdens deze reis zijn op een oude manier opgebouwd. De stenen uit de rivier als klei gedroogd en in groepen worden de huizen zonder machines gebouwd. Veel mensen werken hard, andere bedelen of zitten samen voor een huis. Wassen, wat is dat? Zowel de volwassenen en kinderen zijn vaak erg zwart en vies. Biotex zou hier wonderen doen. In Lhatse maken we een tussenstop voor de lunch. Het eten dat over is gaat naar de bedelaars voor het restaurant. Ik vind het onplezierig om aan te zien; mijn vraag is, is er zoveel armoede of wil niet iedereen werken? In Shigatse aangekomen is er een groot contrast. De Tibetaanse wijk sober en een Chinese met veel luxe. Het is een zeer vermoeiende reis. Het hotel is luxe en ik voel me wel wat schuldig hier naar binnen te gaan. In het hotel betrap ik me erop dat de luxe me prima bevalt. Een heerlijk bad “Chinees formaat”, ‘s avonds een luxe diner en daarna heerlijk naar bed. Welterusten…

Ria

Zondag 10 juni 2001

 

De luxe van dit mooie hotel in Shigatse heeft iedereen goed gedaan. Een goede nachtrust heeft er voor gezorgd, dat de meesten hun ziek, zwak en misselijk zijn weer kwijt zijn. Dat geldt ook voor mij. Na het ontbijt gaan we met de bus naar het Tashilhunpo klooster. Dit indrukwekkende klooster bestaat uit meerdere tempels. Het is de zetel van de Panchen Lama. Hoewel ik het nog steeds lastig vind om het boeddhisme te begrijpen, wordt het door de uitleg van onze gids allemaal weer iets duidelijker. Vooral het boeddhabeeld van 26 meter hoog met 300 kg goud is erg indrukwekkend. Hierna gaan de meesten de kora lopen. Ik niet. In plaats hiervan eet ik met Sandra en Miep fried rice (wat anders?) in een klein Tibetaans restaurant. Vervolgens gaan we op weg naar de Tibetaanse markt. Daar wordt van alles verhandeld. Heel opvallend zijn de karkassen van allerlei dieren die te koop zijn; de vrouwen die deze ietwat lugubere koopwaar aan de man moeten brengen, zitten rustig te breien! Ondanks het kaartje in de Lonely Planet, bereik ik pas na enige omzwervingen het hotel. ’s Avonds is het eten in het hotel opnieuw erg goed. Om 21.30 uur is het tijd om naar de Tibetaanse nachtclub te gaan! Daar wordt ons een show van zang, dans en muziek voorgeschoteld. Wanneer de folkloristische dansen beginnen, moet onze groep er ook aan geloven en tijdens de disco gaan we even uit ons dak. Al met al toch een leuke avond!

Gert

Maandag 11 juni 2001

 

Vanochtend vertrokken we om 9.30 uur vanaf Shigatse naar Gyantse. De rit zou maar twee tot drie uur duren. Onderweg zijn we bij een “rijke” Tibetaanse familie op bezoek gegaan. Hier konden we eigen gemaakt lokaal brouwsel proeven; dit was best lekker, het smaakte naar bier. Ook konden we tsampa proeven; dit viel iets minder in de smaak. Na alle vertrekken bekeken te hebben, vervolgden we onze weg naar Gyantse. Eenmaal bij het hotel aangekomen, konden we kiezen uit Tibetaanse en Westerse kamers, en de bedden werden zelfs voor je gereed gemaakt. We hebben eerst wat gegeten in het Tashi restaurant, daarna zijn we met de bus naar het klooster gegaan. Ook hebben de meesten de stoepa beklommen. Vanaf boven had je een fantastisch uitzicht over Gyantse. Wat me wel opviel aan Gyantse is, dat het een echt Tibetaans stadje is; heel veel vrolijke kleuren, vrolijke en aardige mensen. ’s Avonds hebben de meesten opnieuw in het Tashi restaurant gegeten. Het was weer snel en erg lekker! Wat later op de avond kwam de stemming er onder het Tashi-personeel goed in; vooral toen we het Tibetaanse en Nederlandse Vader Jacob in canon gingen zingen. Een gezellige afsluiting voor een leuke avond. Maar toch maar weer vroeg onder de wol, want morgen staat een lange dag voor de boeg met ontbijt om 07.00 uur!

Marieke

 

Dinsdag 12 juni 2001

Door de wake-up call om 06.15 uur was iedereen op tijd om te gaan ontbijten in het Tashi restaurant. Als het regende, zouden we met de bus gaan; ik was blij dat we moesten lopen. De lucht zag er prachtig uit en dat zou goed uitkomen bij de lange, maar wel mooie route die we zouden rijden. Na stevig ontbijt en ontvangst van de lunchpakketten vertrokken we om 08.00 uur richting Tsetang. Na anderhalf uur bereikten we het stuwmeer. Fantastisch! Blauwe lucht, bruine bergen en een turkooizen meer. Hier zou ik een fotorolletje van vol kunnen schieten. En dit was nog maar het begin; wit besneeuwde bergtoppen met uitgestrekte landschappen van groen, grijs en bruin, zo’n mooi contrast. Ook marmotjes, muizen, dasachtigen (of bevers) en valk/arend gezien. De weg was soms behoorlijk hobbelig. Op een stuk waar de bus niet zo hard kon rijden, rende er een jongetje mee. Bram gooide een half rolletje snoep uit het raam. Het leek alsof hij een schat vond, hij raapte het op, zwaaide nog één keer en draaide zich om. Even later kwamen we bij de gletsjer, de Heilige Berg. Hier waren veel nomaden met yaks waar je op kon zitten voor een foto. Bij Ronald ging dit nog goed, maar bij Ineke liep het anders. De yak ging al lopen voordat Ineke goed en wel zat, zodat ze een behoorlijke val maakte. Met een wond op haar hoofd en blauwe plekken viel het mee, maar het was wel even schrikken.      

     

De route liep ook langs het heilige Yamdrok Tso Meer. Hier hebben we geluncht en een Tibetaanse vrouw blij gemaakt met appels, banaan, kip, brood, worst etc. Haar schort was afgeladen. Nog een laatste pas waarna we drie kwartier afdaalden over een enorme kronkelweg. De laatste anderhalf uur over een geasfalteerde weg, maar op deze weg hoor je de ongemakken van de bus beter. De chauffeur heeft de boel iets aangedraaid, maar de bochten nam hij rustiger. Na een warm laatste stuk route kwamen we aan in het (weer) luxe hotel Tsedang. Even opgefrist om daarna nog van de zon in de tuin te genieten en aansluitend heerlijk gevarieerd gegeten m.b.v. het draaischijfsysteem aan tafel. Fantastisch mooie dag!

Marianne

Woensdag 13 juni 2001

 

Het was een heerlijk zonnige dag. Jan, Ria, Anna en Bep besloten om er een echte rustige vakantiedag van te maken. De anderen vertrokken om 10.00 uur naar Yumbulagang. We rijden door een groen landschap met gele mosterdvelden en op de achtergrond bruine bergen. De weg is weer erg hobbelig en overal zijn wegwerkzaamheden en omleidingen. Volgens de Lonely Planet is ‘t vanaf de parkeerplaats “an easy ten minutes climb” naar Yumbulagang. Toch zijn we snel buiten adem. De hoogte merk je dan ineens weer! In Yumbulagang worden we tot onze verrassing geïnterviewd voor de Chinese T.V.! We zijn voorzichtig met onze opmerkingen en antwoorden, bijvoorbeeld op de vraag “waarom een bezoek aan Tibet en niet aan China”. We merken echter dat de gids tijdens de rondleiding juist wel zegt “his holiness, the Dalai Lama” en “dit is vernietigd tijdens de Culturele Revolutie”. Het is het oudste gebouw in Tibet, maar veel dateert van restauraties na 1982. Vervolgens rijden we weer richting Tsetang en stoppen bij ‘t Tandruk klooster. De monniken zijn midden in het opzeggen van hun teksten, begeleid door gongslagen, bazuinen en ze laten rustig toe dat we foto’s maken. Als je een tijd naar hen luistert, leidt dit tot ontspanning. Voor 1959 woonden er ruim 1000 monniken, nu nog slechts 60. Sommigen zijn oud genoeg om die periode meegemaakt te hebben. Ik vraag me af hoe ze het overleefd hebben. De restauratie van Tandruk is in volle gang sinds 1988. Bijzonder is dat het nog twee originelen heeft. Naar aanleiding hiervan vertelt de gids dat de Chinezen nog steeds kunstvoorwerpen roven, o.a. recentelijk een beeld uit het Potala. Het nieuws over dit soort zaken komt de laatste jaren wel meer naar buiten. Ergens heeft hij toch de hoop dat er op een bepaald moment een ommezwaai zal zijn. Er zijn nu Chinezen die ook verandering willen! Na de lunch in de tuin van het hotel, vult ieder de middag op eigen wijze. Ik bezoek o.a. de kloosters in de Tibetaanse wijk. Men wijst mij er zeer vriendelijk de weg. En nu dan nog genieten van de zon in de tuin van het hotel. Je kan hier als buitenlander nauwelijks in restaurants terecht. Onder leiding van de gids genoten we vanavond van “hotpot” in een Chinees restaurant: soep, zeven gerechten met rijst, veel thee en een drankje voor 35 yuan. Het waren heel andere gerechten dan we tot nu toe zelf hadden uitgekozen. Niet heet, maar wel smakelijk! En volop groente!

Ineke

Donderdag 14 juni 2001

 

Vandaag zijn we met de nodige vertraging, kortsluiting in de bus en een pittstop bij een garage voor twee nieuwe banden, vetrokken naar het Samye klooster. Dit klooster is het eerste klooster van Tibet en daardoor uiteraard heel bijzonder. De weg er naar toe was al een belevenis op zich. Eerst staken we in een boot de rivier over. Deze tocht duurde anderhalf uur; niet zozeer vanwege de afstand als wel door de zware stroming en de zandbanken. Vervolgens vervolgden we onze weg in een bus, die ons al stond op te wachten. Deze rit over een hobbelige weg duurde ongeveer een half uur, maar het was zeer de moeite waard! Ook het Samye klooster is zo goed als in zijn geheel vernietigd geweest. Er zijn echter nog wel een paar dingen bewaard gebleven, waaronder het rotsbeeld van Sakyamuni. Het verhaal bij dit beeld is, dat het in zijn huidige staat is gevonden door Koning Trisong Detsen onder de grond. En dat er dus geen mensenhand aan te pas is gekomen. Deze koning is overigens ook één van de stichters van het klooster. Het meest bijzondere in het klooster was echter het bezichtigen van de leefruimtes van de huidige Dalai Lama!
Na de lunch, koekjes en chips op de stoep van het winkeltje, vertrokken we weer met de bus richting de boot. Dit keer voor de allerlaatste maal over een hobbelweg (!?). De terugtocht met de boot verliep voorspoedig en al snel zaten we weer in “onze” bus voor de laatste kilometers naar Lhasa. De ruim drie uur die toen volgden waren wel erg vermoeiend, maar toen het Potala eenmaal in zicht was, was dat gauw vergeten! Bovendien staat ons vanavond een heel gevarieerd menu te wachten! We zijn er klaar voor, voor de hoofdstad op het dak van de wereld!

Sandra

Vrijdag 15 juni 2001

 

Weer goed geslapen vannacht, ‘t was buiten ook lekker rustig, geen hond te bekennen hier. Lekker ontbeten en daarna met vier taxi’s richting Potala vertrokken. Lucie had ons gezegd gewoon te blijven zitten als we daar aangekomen waren, zodat ze ons helemaal boven zouden afzetten. Taxichauffeurs schijnen daar een hekel aan te hebben en ik begrijp nu waarom! Bijna boven aangekomen, moesten we weer een stuk naar beneden, maar onze chauffeur had daar geen zin in. Dat wekte de woede op van een ander en die kwam dat dan ook even vertellen. Het had niet veel gescheeld of onze chauffeur had een klap gekregen. Maar ‘t werkte wel; hij reed iets verder terug zodat de rest naar beneden kon rijden. Boven aangekomen nog een tijd gewacht op taxi nr. 4 die maar niet kwam. Daarin zaten Bram, Marianne, Ineke en Gert. Uiteindelijk maar besloten om niet langer te wachten en vast ‘t Potala binnen te gaan, waarschijnlijk zouden we ze onderweg wel tegenkomen. Na ‘t bezoek aan ‘t Potala nog even Lucie haar onderhandeltechnieken kunnen aanschouwen en vervolgens een riksja naar het hotel genomen. Daar even wat gegeten en vervolgens met Lucie, Sandra en Marieke naar een Chinese kapper geweest. Was wel heel grappig om een keer mee te maken! Haren worden droog gewassen, uitgespoeld en daarna krijg je een massage van hoofd, rug en armen. Ging er soms wat hardhandig aan toe, maar was wel lekker. Vijf kwartier later en 10 yuan lichter, stonden we weer buiten… Daarna nog even looki-looki gedaan op de markt en ‘s avonds met zo’n beetje de hele groep wezen eten. Anna was niet mee want die voelde zich niet lekker, maar gelukkig gaat het alweer een stuk beter met haar. Hebben in ‘t restaurant, dat gerund wordt door Nederlanders, voor de komende week weer genoeg pitamientjes binnen gekregen. Was echt heel lekker na al die rijst! Daar ook nog wat gedronken en vervolgens weer teruggegaan naar ‘t hotel waar ik alweer goed heb geslapen!

Pauline

Zaterdag 16 juni 2001

 

De laatste discussie die ik deze avond voer, gaat toch weer over Nepal en de situatie aldaar. Het houdt de groep toch nog steeds bezig, al was het maar omdat we nog steeds niet zeker weten wanneer en hoe we naar huis gaan. We hebben sinds die belevenissen daar al heel wat meegemaakt, zijn uiteindelijk via de “Friendship Highway” (waarbij de Tibetanen een geheel eigen idee van een highway hebben) in Lhasa beland. Iedereen neemt het er ook van vandaag. Er wordt uitgeslapen, Tibetaanse gerechten worden even ingeruild voor Europese, alleen Lhasa Beer houdt vrij makkelijk stand. ‘s Middags spreken we af bij Norbulingka, de zomer residentie van de Dalai Lama, van waaruit hij ook moest vluchten nadat de Chinezen Tibet innamen. Weer een historische plek, die het bezoeken meer dan waard was, al geloof ik dat er in de groep inmiddels een paar mensen rondlopen die een overdosis Boeddhisme hebben gehad, niet zo gek overigens als je bedenkt dat alles in dit land om Boeddhisme draait. Hoewel Lhasa duidelijk een Tibetaanse stad is, zijn er toch ook wel buitenlandse invloeden. Chinese natuurlijk, maar bijvoorbeeld ook een Europees restaurant met Engelse pub gerund door Nederlanders. Of neem het restaurant waar we vanavond hebben gegeten. Ik wil het niet hebben over het kogelgat in het raam want wie uit Nepal komt, schrikt daar niet meer van, maar als drie mensen een gerecht van 39 yuan bestellen en bij de afrekening delen ze dan 39 door 3 en betaal je dus gewoon 13 yuan dan is de avond voor een goede Nederlander weer helemaal geslaagd! (Tenzij je nog in het dagboek moet schrijven natuurlijk.) Al met al een vrij rustige dag, al mag het bezoek aan het Hard-Yak Café niet onvermeld blijven, bij deze dan….

Ronald H

Zondag 17 juni 2001

 

Ik zit in het restaurant van het hotel te schrijven; het is geen luxe hotel, maar ik vind dat er een prettige “reizigerssfeer” hangt. Vanmorgen zijn we met een groot deel van de groep naar het Drepung klooster geweest; het grootste klooster van Tibet, waar 10.000 monniken gehuisvest kunnen worden en waar er nu nog zo’n 600 wonen. Niet Bu-Ju (hoe schrijf je zijn naam?), maar Lucie was onze gids en ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om ontspannen rond te lopen en niet continue mijn oren te spitsen om het Tibetaanse Engels te begrijpen. Het middagprogramma heeft iedereen zelf ingevuld. Ik heb twee rondjes clockwise rond het Jokhang gelopen en een aantal inkopen gedaan. Ik heb nergens lang onderhandeld en ik denk (vrees) dat ik dus “goede” prijzen heb betaald. Ik vond het heerlijk om rond te slenteren en me af te vragen hoe het zou zijn om hier te wonen. Het boek dat ik aan het lezen ben “Hotel op het dak van de wereld” (en dat veel mensen uit de groep hebben gelezen), helpt om daar een beeld van te vormen. Ik blijf net zo lang cadeautjes kopen tot mijn geld op is en ik naar de bank moet, die gesloten blijkt te zijn. De taxichauffeur reageert op mijn  verzoek om naar de bank gereden te worden, zowel als op het feit dat die gesloten is, volstrekt stoïcijns. Of misschien realiseert hij zich gewoon, dat het geen enkele zin zou hebben om mij in het Tibetaans of Chinees uit te leggen, dat hij mij niet naar de gevraagde plaats van bestemming zou moeten brengen. Om kosten te besparen, ben ik met een riksja teruggegaan; leuk om gebruik te maken van het lokale vervoer. We zijn vandaag ook met lokaal vervoer naar het klooster gegaan en hebben ons uitgebreid verbaasd over het feit dat iedereen tegelijkertijd over een bepaald punt op een éénbaansweg wil rijden, het verkeer daardoor vast komt te zitten en … nou ja, het verkeer dus vast zit. Met wat getoeter maken ze dit aan elkaar kenbaar en wachten vervolgens op wat er gebeuren gaat. Op de terugweg zat de bus vol nadat wij samen met een aantal monniken waren ingestapt. Maar hij zat nog niet tjokvol en bij de volgende “halte” stapte er daarom een groep Tibetaanse vrouwen in; lachend, vrolijkheid in de bus brengend. Gisteravond (het is inmiddels maandagochtend 18 juni) hebben we met een groot deel van de groep gegeten bij Makye Amye, een gezellig restaurantje op de eerste verdieping, met een heel leuk uitzicht op de circumbulants van Barkhor.

Brigitte

Maandag 18 juni 2001

 

De laatste volledige dag begint voor mij om 07.00 uur als ik gewekt word door de belletjes van de Jokhang tempel. De laatste werkweek van de vakantie is begonnen (quote Ronald). Daar het programma van de dag pas om 14.30 uur begint, start de dag voor de meesten met het kopen van de laatste souvenirs en voor de anderen met de gang naar de bank. De figuurlijke kogel is door de kerk, in dit geval tempel, we gaan naar Nepal terug, het voor iedereen gehoopte einddoel van de vakantie en dat niet alleen om al die rupees die nog over zijn. Als je drie ochtenden gewekt wordt door de belletjes van Jokhang, wordt het tijd om eens te gaan kijken. Na alle droogzwemmers omzeild te hebben, de ticket office lukte niet, sta ik verbaasd van de enorme drukte in de tempel. Al de pelgrims netjes in de rij om bij ‘t “hoogte”punt te komen. Het uitzicht vanaf het dak is enorm en mooi. Na nog een laatste rondje over de “markt”, koffie gedronken en ons opgemaakt voor de laatste kloostertocht naar Sera Monastery. In dit klooster woonden voor de culturele revolutie 700 monniken, nu nog geen 100. Het specifieke van ons bezoek is het Tibetaanse Boeddhistische debat, waar 2 monniken met elkaar in debat gaan: 1 staand en 1 zittend, de zittende mag alleen antwoorden als de staande in zijn handen slaat. Ik heb zo’n 40 duo’s geteld, dus het was een heerlijke georganiseerde herrie. Een oude monnik komt na een half uur kijken hoe het gaat. Ik zie Jeltje van Nieuwenhuizen nog niet op deze wijze een debat in de Tweede Kamer houden. Met de privébus terug naar het hotel, waar Buju behulpzaam is bij het uitzoeken van CD’s, ook qua prijs. Om 19.30 uur gaan we met bijna de bijna totale groep (Anna is er ook weer bij) naar Dunya, het restaurant van de Nederlanders. Hier genieten we van een heerlijk afscheidsmaal, m.b.t. Tibet, en daarna een gezellige happening in de bar. Ronald koopt zijn illegale DVD van Rod Stewart en Lucie vindt de witte wijn eindelijk belangrijker dan Djoser. Op de terugweg bij het Jokhang een prosternerende stadsfoto gemaakt. We zijn benieuwd. Deel 2 van de reis zit erop, nu nog drie dagen Kathmandu. Tibet is bijzonder mooi met ’n specifieke cultuur, welke thuis beter tot me door zal dringen.

Rob

Dinsdag 19 juni 2001

 

Slechts één uur geslapen, maar Lucie – our leader of the pack - belooft ons meer energie weer in Kathmandu, door alle bijgekomen rode bloedlichaampjes. En dan het ontbijt om 5 uur, vergezeld van keiharde Stones oldies… We vliegen voor het eerst en het laatst over de Mount Everest en komen in korte tijd aan; voor de tweede keer in Kathmandu. Er lijken maanden tussen te zitten. Nu pas proeven we echt de sfeer goed, de nobele gezindheid van de Nepalezen, de steegjes vol met koopwaar in een zweem van currylucht. Het regent, de moesson is in volle gang. Ik ben blij dat ik weer gewoon kan ademen en zing een vet jazznummer onder een warme en stromende douche! Voor de rest moe, moe, moe. Heel veel cd’s gekocht zoals iedereen (fl. 8,00), lekker gegeten in “Third Eye”, een cocktail erachter aan en lekker het mandje in. Maar wat wil je met zo’n Djoser reis waarbij je zowel door de tijd als figuurlijk door de “lucht” (adem) reist…

Namasté
Bep

Woensdag 20 juni 2001

 

Een feestje: Bep is jarig. Zingen in de bus, cadeautjes en dikke zoenen.
Dus weer in de bus: naar Patan en daarna Bhaktapur. Patan is leuk, we worden afgezet in de buurt van Durbar Square, het begin van een wijk letterlijk vol tempels en tempeltjes. De één vindt zijn/haar “walhalla” in de mensen – zeer mooie mensen – de ander geniet van de sfeer en de gebouwen en een paar brengen hun tijd door in een cd-winkel met prachtige oosterse muziek en een verkoper die een echte kenner blijkt te zijn.

Bhaktapur: De 1e gang is naar een restaurant voor de lunch. Gelukkig hoeven we de weg niet alleen en niet zonder afleiding te gaan. Als een zwerm zoemen tasjes, beelden, gebedsmolentjes en tig andere dingen om ons heen. Het woord “no” kennen ze niet. “Two for hundred”, “three for hundred”, “very cheap”, “no problem”. De plaats zelf was prachtig. De gebouwen zeer indrukwekkend. Een grote verscheidenheid, sommige met beelden, het geeft mij een indruk van grote harmonie en schoonheid. Weer langs de enthousiaste en gedwongen gemotiveerde verkopers naar de bus. En ‘s avonds trakteert Bep op Zombies…

Anna

Donderdag 21 juni 2001

 

De Zombies hebben een prima uitwerking op de nachtrust. Heerlijk geslapen, maar ook de zombies raken uitgewerkt. Na het ontbijt werden alle laatste wijzigingen op het Tibet-Tour-T-shirt aangebracht. Uiteindelijk kan iedereen om 10.00 uur de proefdruk bekijken en een t-shirt bestellen. De rest van de dag stond voor de meeste mensen in het teken van geld opmaken aan cd’s of andere shopping goods. Hiervoor moest natuurlijk wel eerst geld worden gewisseld of gepind. Anders is het moeilijk rupees opmaken. Kortom, de laatste dag in Kathmandu is zeer relaxed en ieder doet nog even de laatste activiteiten/shopping. Om 18.45 uur vertrokken we naar Dwarika’s. Bep en Anna gingen helaas niet mee. Eén taxichauffeur werd bewust gemeden omdat hij Harrie en Miep opgelicht heeft. Het Hotel is werkelijk een plaatje om te zien. Na de ontvangst in de tuin met pinda’s en drankje en een dansvoorstelling. In de tussentijd werd de historie van het Hotel door de eigenares verteld. Na de uitleg bezochten we twee kamers. De kamers waren iets anders als dat wij deze vakantie gewend waren. Na de rondleiding gingen we aan tafel. Een 9-gangen diner met rijstwijn, dat niet te beschrijven is maar wat je niet mag missen, fantastisch!
Om 23.00 uur namen we de taxi terug naar het hotel. De laatste nacht in Kathmandu.

Bram

Vrijdag 22 juni 2001

 

Kathmandu – Islamabad – Amsterdam

Gisteravond was onze laatste avond in Kathmandu. De groep heeft mij enorm verwend en ik ben heel blij dat iedereen erg tevreden is over de reis. Om 07.00 uur gaan we ontbijten in ons hotel Buddha en natuurlijk Miep feliciteren. Van harte Miep en nog heel veel gezonde, gelukkige (reis)jaren. In de bus, op weg naar het vliegveld, wordt er voor Miep gezongen en kadootjes gegeven. Op het vliegveld zijn we duidelijk in de minderheid door het laagseizoen en ook door het negatief reisadvies van twee weken geleden. PIA heeft mij gisteren medegedeeld dat zij de vlucht naar Islamabad wilden annuleren, en voortzetten op 25 juni. Dit is écht onacceptabel en vandaar dat we vandaag toch  nog vertrekken. De manager van PIA is er ook en deelt ons mede dat met alle zekerheid de vlucht doorgaat. In een toestel voor 184 passagiers zijn er totaal 30 aan boord. Heel de reis is perfect verlopen, dus vandaag ook. In Islamabad worden we begeleid tot de incheckbalie naar Amsterdam. Het enige “nadeel” is, dat we verscheidene keren door de bagagecontrole moeten en de meesten hebben teveel gekocht; af en toe wordt er eentje uitgepikt die de tas mag legen. Ook zakmessen worden in beslag genomen en Rob besluit zijn zakmes aan de douanier kado te doen. Daar gaat het uiteindelijk om, ze willen gewoon een presentje hebben. Met een heel klein beetje vertraging verlaten we Islamabad en over 7½ uur zijn we op Schiphol waar we een groepsfoto zullen maken met onze eigen ontworpen t-shirts. We did it! and I hope we’ll do it again!!
Iedereen bedankt voor alles, jullie waren een geweldige enthousiaste groep.

Lucie